25 jaar in een rolstoel en 10 jaar VN-verdrag: Den Haag, stop met polderen over mijn grondrechten

Het is 14 juni precies tien jaar geleden dat Nederland het VN-verdrag Handicap ondertekende. Tien jaar aan mooie beloften, dikke beleidsnota’s en politieke schouderklopjes. Maar als politicus én als ervaringsdeskundige die inmiddels 25 jaar in een rolstoel zit, kijk ik niet naar wat er op papier staat. Ik kijk naar de werkelijkheid op straat. En die werkelijkheid is beschamend. Dag in, dag uit ondervind ik net als miljoenen andere Nederlanders dat gelijke rechten in dit land nog altijd een gunst zijn, in plaats van een recht. Mijn boodschap aan het kabinet is simpel: de maat is vol. Stop met polderen over onze levens.

De strijd begint in de ochtend

Wanneer ik in de ochtend de deur uitga, begint de strijd al. Een kapotte lift op het station waardoor ik mijn trein mis, een winkel of overheidsgebouw waar ik door een drempel niet naar binnen kan. Of de eindeloze bureaucratische formulierenberg om simpelweg de hulpmiddelen te krijgen die ik nodig heb om mijn werk te doen. Ik zit al een kwarteeuw in een rolstoel. Ik weet hoe het voelt om letterlijk voor gesloten deuren te staan. Om te horen dat mijn mobiliteit, mijn onafhankelijkheid en mijn aanwezigheid "complex" of "te duur" zijn. Dat ik als volksvertegenwoordiger moet vechten voor basistoegankelijkheid, laat precies zien waar het misgaat. Als de politiek al zo ontoegankelijk is, hoe moet dat dan voor de burger die die stem niet heeft? Een kwart van de mensen met een beperking geeft aan zich geen volwaardig onderdeel te voelen van onze samenleving. Dat is geen abstract statistiekje, dat is de dagelijkse, pijnlijke realiteit van uitsluiting die ik zelf ook voel.

Kille technocratie en de afbraak van bestaanszekerheid

Wat mij als politicus en als mens woedend maakt, is de kille, technocratische manier waarop dit kabinet met ons omgaat. Terwijl de Verenigde Naties Nederland al officieel op de vingers heeft getikt vanwege het schenden van onze rechten, presteert het kabinet het om met een nieuw pakket ijskoude bezuinigingen te komen.

We hebben het hier over een potentiële financiële strop van 300 euro per maand voor gezinnen en individuen die door hun chronische ziekte of beperking sowieso al torenhoge kosten maken. Dat is geen 'ombuiging', dat is actieve armoedepolitiek. Onder het mom van de begroting sluit dit beleid mensen op in hun eigen huis. De zorg wordt wegbezuinigd, hulpmiddelen worden onbetaalbaar en de eigen bijdragen stapelen zich op tot het breekpunt. De campagne #IkKanNietMeer is een noodkreet die rechtstreeks uit onze gemeenschap komt. Ik herken die angst en die frustratie. Als politiek hoor je die noodkreet niet alleen aan te horen, je hoort hem op te lossen.

Mijn eis: Handhaven in plaats van polderen

In Nederland laten we toegankelijkheid nog altijd over aan 'vrijwilligheid' en 'marktwerking'. Maar het VN-verdrag is geen menukaart waar je als overheid de makkelijke stukjes uitkiest om goede sier mee te maken. Het is een wet. Zolang er geen harde sancties staan op het buitensluiten van mensen, verandert er in dit land niets. Ik pik het niet langer dat er over onze ruggen wordt bezuinigd om elders gaten te dichten.

Als politicus en ervaringsdeskundige eis ik per direct drie concrete stappen:

  1. Streep door de bezuinigingen: Stop de stapeling van kosten voor chronisch zieken en mensen met een beperking. Onze bestaanszekerheid is niet onderhandelbaar.
  2. Wettelijke handhaving: Toegankelijkheid moet verplicht worden. Als een openbaar vervoerder, school of publieke instelling de boel niet op orde heeft, moeten er direct boetes en sancties volgen. Geen excuses meer.
  3. Niets over ons, zonder ons: Stop met praten over ons in achterkamertjes. Neem ervaringsdeskundigen en organisaties zoals Ieder(in) vanaf dag één serieus bij het maken van beleid.

Veerkracht is geen vrijbrief voor overheidsfalen

Als er iets is dat mij de afgelopen 25 jaar hoop heeft gegeven, dan is het niet de daadkracht vanuit de ministeries. Die hoop haal ik uit de ongekende strijdbaarheid en veerkracht van de gemeenschap zelf. Wij zijn er nog. We laten ons niet onzichtbaar maken en we pikken de achterstelling niet langer. Tijdens de bijeenkomst Gewoon Gelijk in Den Haag maken we samen een vuist.

Onze veerkracht mag echter nooit een vrijbrief zijn voor de overheid om achterover te leunen. De Staat heeft tien jaar lang de tijd gehad om te bewijzen dat ze de grondrechten van haar eigen burgers serieus neemt. Die tijd is om. Ik ben niet alleen de politiek in gegaan om moties in te dienen, maar om systemen te breken. Ik zal blijven strijden in de Tweede Kamer én op straat tot gelijkwaardigheid geen papieren belofte meer is, maar een dagelijkse realiteit voor ieder van ons. Stop met de praatjes. Regel het gewoon.

Opinie Bülent Ünlü Rotterdam, 11 juni 2026